Word fit en sterk: Mijn dag in de sportschool
Vandaag ga ik naar de sportschool in mijn stad.
Ik neem een grote tas mee met sportkleren en een handdoek.
Bij de ingang groet ik de medewerker achter de balie.
Eerst ga ik naar de kleedkamer om me om te kleden.
Ik trek mijn sportschoenen aan en begin aan de warming-up.
Ik loop vijf minuten op de loopband om warm te worden.
Daarna ga ik naar de apparaten voor krachttraining.
Ik train vandaag vooral mijn armen en mijn benen.
Het is belangrijk om de oefeningen rustig en goed te doen.
Er zijn veel andere mensen die ook hard aan het trainen zijn.
Sommige mensen tillen zware gewichten in de hoek.
Ik drink af en toe een slokje water uit mijn flesje.
Na dertig minuten ben ik een beetje moe maar ik voel me goed.
De muziek in de sportschool is vrolijk en geeft mij energie.
Ik doe ook nog een paar oefeningen voor mijn buikspieren op een matje.
Stretching is heel goed voor je spieren na het sporten.
Ik eindig mijn training met een korte wandeling op de loopband.
In de kleedkamer neem ik een warme douche.
Na het sporten voel ik me altijd erg fris en gezond.
Volgende week kom ik zeker weer terug om te trainen.