Pre-A1
Mensen in Nederland
Ik ben in Nederland.
Het is een land.
Ik ben Maria.
Ik kom uit Polen.
Ik woon in Amsterdam.
Amsterdam is een stad.
De stad is groot.
Ik heb een fiets.
De fiets is zwart.
Ik zie een man.
De man is Juan.
Hij komt uit Spanje.
Wij zijn in Nederland.
Nederland is mooi.
Wij zijn hier blij.