A1
Wie is Jan uit de stad?
Hallo, ik ben Jan.
Ik kom uit een stad in Nederland.
Ik woon in een mooi, blauw huis.
Mijn huis heeft een kleine tuin.
Ik ben dertig jaar oud.
Ik werk als bakker in de stad.
Ik maak elke ochtend vers brood.
Mijn hond heet Max.
Max loopt graag in het bos.
Ik drink graag koffie in de morgen.
In de avond lees ik een boek.
Ik leer elke dag iets nieuws.
De buren zijn erg vriendelijk.
Vandaag is het een rustige dag.
Ik ben een gelukkige man.