A2
20 werkwoorden die je elke dag gebruikt
Een werkwoord is een actiewoord.
Het werkwoord 'zijn' betekent 'to be' in het Engels.
Ik ben blij.
Het werkwoord 'hebben' betekent 'to have'.
Ik heb een boek.
Het werkwoord 'gaan' betekent 'to go'.
Ik ga naar school.
Het werkwoord 'doen' betekent 'to do'.
Ik doe mijn huiswerk.
Het werkwoord 'zien' betekent 'to see'.
Ik zie een hond.
Het werkwoord 'zeggen' betekent 'to say'.
Ik zeg hallo.
Het werkwoord 'komen' betekent 'to come'.
Ik kom thuis.
Het werkwoord 'weten' betekent 'to know'.
Ik weet het antwoord.
Het werkwoord 'willen' betekent 'to want'.
Ik wil een appel.
Deze werkwoorden zijn heel belangrijk voor beginners.